Slapen in de kinderopvang, waarom het vaak niet goed gaat

Inhoudsopgave
Waarom slapen op de opvang aandacht nodig heeft
Het vakblad Kinderopvangtotaal zette het onderwerp op 21 september in de schijnwerpers met een artikel onder de kop “Het is soms echt een ondergeschoven kindje”. Dat verscheen aan het begin van de Week van Veilig Slapen, de jaarlijkse campagne van VeiligheidNL die dit jaar van 21 tot en met 25 september loopt. Eerder deze week schreven we al over de peiling uit die week, waaruit bleek dat bijna twee op de drie ouders de baby op de borst laat slapen.
De achtergrond staat bij VeiligheidNL. Uit cijfers over de jaren 1996 tot en met 2023, gecorrigeerd voor het aantal uren dat een baby thuis en op de opvang doorbrengt, blijkt dat wiegendood in de kinderopvang iets vaker voorkomt dan je zou verwachten. De verklaring die VeiligheidNL geeft is niet dat opvangmedewerkers slordig zijn. De overgang van thuis naar de opvang kan voor een jonge baby stressvol zijn en het slaappatroon verstoren. Daarnaast ontbreekt het soms aan kennis over veilig slapen, en de afstemming tussen ouders en medewerkers loopt niet altijd goed.
Het risico is het grootst in het eerste halfjaar, met een piek rond twee tot vier maanden. Dat is ook de leeftijd waarop veel baby’s voor het eerst naar de opvang gaan.
De regels die elke opvang moet volgen
Elke kinderopvang is volgens de Wet kinderopvang verplicht om een veiligheids- en gezondheidsbeleid te hebben, en veilig slapen is daar een vast onderdeel van. VeiligheidNL heeft daarvoor een protocol opgesteld dat geldt voor kinderen tot twee jaar. Een opvang mag daarvan afwijken, maar alleen met een goede onderbouwing. De kern bestaat uit vier adviezen.
Het eerste is de slaapzak. Dat is het veiligste beddengoed voor een baby, omdat het gezicht vrij blijft. Losse lakens en dekens zijn in de opvang niet de standaard. Het tweede is de rugligging. Op de buik slapen geeft volgens VeiligheidNL een vier tot vijf keer hogere kans op wiegendood. Draait een baby zelf naar de buik, dan wordt hij teruggelegd, tot hij vlot zelf van rug naar buik en terug kan rollen.
Het derde advies gaat over het bedje zelf. Bedden in de opvang moeten voldoen aan het Warenwetbesluit kinderbedden en -boxen en aan aanvullende eisen voor de kinderopvang. Die zijn strenger dan voor een bedje thuis. De zijkanten die open kunnen, moeten een sluiting hebben die een kind niet zelf openkrijgt. Bodem en zijwanden moeten goed ventileren. En het bovenste bed van een stapelbed mag niet uitklimbaar zijn. Een campingbedje is in een kinderdagverblijf niet toegestaan, bij een gastouder wel. Een kinderwagenbak, box of hangmat telt nergens als veilige slaapplek. In het bed liggen geen kussens, grote knuffels, nestjes of rolletjes.
Het vierde is toezicht. Het uitgangspunt is dat een medewerker elke vijftien minuten bij alle slapende kinderen kijkt. Voor baby’s die net begonnen zijn, geldt in de eerste weken een advies van elke tien minuten. Extra toezicht is ook nodig bij baby’s die net leren omrollen, omdat het risico in die fase hoger is.
Buiten slapen en afwijkende wensen
Veel opvangorganisaties laten kinderen buiten slapen, in houten buitenbedjes met gaas aan de voorkant. Dat kan veilig, schrijft VeiligheidNL, zolang dezelfde regels gelden als binnen en er even vaak gekeken wordt. Bij extreme weersomstandigheden en slechte luchtkwaliteit blijven baby’s binnen, en de kleding past zich aan de gevoelstemperatuur aan. Voel je bij het ophalen een klam nekje, dan is dat een teken dat je kind het te warm had.
Een punt waar het in de praktijk vaak schuurt, zijn afwijkende wensen van ouders. Een kind dat thuis alleen op de buik in slaap valt of ingebakerd wordt, past niet vanzelf in het protocol. Zo’n verzoek brengt risico’s mee en mag alleen onder strikte voorwaarden. VeiligheidNL vraagt opvangorganisaties om er een gesprek over te voeren, de reden vast te leggen en een toestemmingsformulier te laten tekenen. Een vinkje in de ouderapp is volgens hen niet genoeg. Het helpt dus om thuis alvast dezelfde adviezen te volgen, zodat de overstap voor je baby kleiner is.
Wat je als ouder kunt vragen
Een goede opvang vindt het niet lastig als je naar het slaapbeleid vraagt. Deze vragen kun je bij de kennismaking of het intakegesprek stellen.
- Mag ik het veiligheids- en gezondheidsbeleid zien, en welk protocol voor veilig slapen gebruiken jullie?
- Hoe vaak kijkt iemand bij slapende kinderen, en hoe houden jullie dat bij als het druk is op de groep?
- Krijgt mijn baby in de eerste weken extra toezicht?
- Slapen kinderen in een slaapzak en op de rug, en wat gebeurt er als mijn kind zich omdraait?
- Waar slaapt mijn kind, binnen of buiten, en wanneer blijft het binnen?
- Houden jullie het slaapritme van thuis aan, of sluit mijn kind aan bij het ritme van de groep?
- Hoe hoor ik aan het eind van de dag hoe lang en hoe goed mijn kind geslapen heeft?
Vraag ook naar het ritme. Een jonge baby die thuis vier korte slaapjes doet, kan op een groep met een vaste middagslaap in de knel komen. In ons stuk over hoeveel een baby per leeftijd slaapt zie je wat normaal is, zodat je weet waar je naar vraagt. De GGD inspecteert kinderopvanglocaties en de inspectierapporten zijn openbaar via het Landelijk Register Kinderopvang. Daar zie je of er bij een locatie opmerkingen waren over het veiligheidsbeleid.
Het eerlijke antwoord op de kop van dit stuk is dat het meestal wel goed gaat, maar dat slapen op de groep minder vanzelf gaat dan het lijkt. Er liggen meerdere kinderen tegelijk te slapen, de medewerkers hebben ook de wakkere kinderen onder hun hoede, en een baby die net begonnen is moet nog aan alles wennen. Door vooraf te vragen hoe de opvang dat regelt, weet je waar je staat, en weet de opvang dat jij meekijkt.



