Studenten en slaap: wat het Leidse onderzoek naar een vast ritme laat zien

Inhoudsopgave
Wat er is onderzocht
Pape is promovenda bij Klinische Psychologie aan de Universiteit Leiden. Ze keek naar studenten met een verstoord slaapritme en naar de vraag of een online programma daar iets aan kan doen. De Universiteit Leiden bracht het nieuws op 8 oktober 2026 naar buiten onder de kop dat een slapende student een betere student is. Ook GGZ Nieuws nam het bericht over.
Het programma heet i-Sleep & BioClock. Het duurt vijf weken en is gebaseerd op cognitieve gedragstherapie voor slapeloosheid. Studenten houden een slaap- en lichtdagboek bij, doen ontspanningsoefeningen en hebben wekelijks contact met een online coach. Volgens het BioClock-consortium, waar het onderzoek onder valt, voegden de onderzoekers aan het bestaande programma i-Sleep extra onderdelen toe over de biologische klok, zoals daglicht, chronotype (ben je een ochtend- of avondmens) en sociale jetlag. Studenten volgden het via het platform van Caring Universities, een samenwerking van universiteiten en hogescholen die gratis online programma’s aanbiedt.
Naast dat online programma onderzocht Pape ook een groepstherapie die zich richt op slaap en stemming tegelijk.
Wat eruit kwam
De concrete cijfers komen uit een eerdere proefstudie met dit programma, die in 2025 verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift Scientific Reports. Daarin deden 101 studenten met zelfgerapporteerde slapeloosheid mee. Het BioClock-consortium zet de uitkomsten op een rij.
- Bij de studenten die het programma volgden, namen de slaapklachten flink af. Gemiddeld gingen ze van matig ernstige slapeloosheid naar lichte klachten.
- Ook gevoelens van somberheid en angst namen merkbaar af, en de studenten voelden zich beter in staat om te studeren en afspraken na te komen.
- Volgens hun slaapdagboeken sliepen ze na zeven weken zo’n 16 minuten langer en lagen ze minder lang wakker.
- Hoe meer onderdelen iemand afrondde, hoe groter de verbetering in slaap.
Er zitten ook kanttekeningen aan, en die noemen de onderzoekers zelf. Van de 101 aangemelde studenten begonnen er 41 echt aan het programma en maakten er 13 alles af. Het ging om een open proefstudie met een meting voor en na, zonder vergelijkingsgroep die het programma niet kreeg. De onderzoekers spreken daarom van voorlopige resultaten. En wat de kop misschien doet vermoeden, staat er niet in. Cijfers en studieresultaten zijn in dit onderzoek niet gemeten. Het gaat om slaap, stemming en hoe goed studenten zich voelen functioneren.
“Slapen is echt niet zonde van je tijd.” Laura Pape, Universiteit Leiden
Waarom het ritme zo belangrijk is
De kern van het verhaal is niet het aantal uren, maar de regelmaat. Pape zegt tegen GGZ Nieuws dat het belangrijkste tegen slapeloosheid een beter ritme is, en dat studenten daar juist moeite mee hebben. Wie de ene dag om elf uur slaapt en de volgende om drie uur, stuurt zijn biologische klok steeds een andere kant op. Dat is dezelfde sociale jetlag die je ook kent van uitslapen in het weekend. Of je een tekort in het weekend kunt inhalen, lees je in ons stuk over slaapschuld inhalen in het weekend.
Daar komt bij dat de biologische klok van jongeren van nature later loopt. Waarom dat zo is en wat het voor de ochtend betekent, staat in het artikel over tieners die moe op school zitten.
Wat je er als student morgen mee doet
Pape geeft zelf een paar eenvoudige handvatten. Die zijn niet ingewikkeld, maar wel lastig vol te houden in een studentenleven.
- Vaste tijden. Ga op een vaste tijd naar bed en sta op een vaste tijd op, ook als je college pas om elf uur begint. De opstaantijd is daarbij het makkelijkste ankerpunt.
- Ochtendlicht als je een avondmens bent. Ga dan juist zo vroeg mogelijk naar buiten. Licht in de ochtend helpt je biologische klok een stukje richting de ochtend, zegt Pape. Fiets naar de bibliotheek in plaats van eerst thuis te blijven hangen. Nu het buiten later licht wordt, helpt ook een wekkerlicht bij opstaan in het donker.
- Houd een week bij hoe je slaapt. Een slaap- en lichtdagboek is een vast onderdeel van het programma. Noteer hoe laat je naar bed ging, hoe laat je opstond en wanneer je buiten was. Na een week zie je vaak zelf waar het ritme schuift.
- Kijk wat je onderwijsinstelling aanbiedt. Veel universiteiten en hogescholen hebben wellbeing-programma’s, en via Caring Universities zijn gratis online programma’s beschikbaar.
Let ook op de wintertijd. Op zondag 25 oktober gaat de klok een uur terug, en dat is voor een ritme dat al wankel is een extra duwtje. Hoe je je slaap op dat uur aanpast, lees je in ons stuk over de overgang naar de wintertijd.
En als ouder van een student
Als je kind op kamers woont, heb je weinig invloed op bedtijden, en dat is ook niet de bedoeling. Wat je wel kunt doen, is het onderwerp normaal maken. Vraag niet alleen hoe de tentamens gaan, maar ook hoe het slapen gaat. Pape wijst erop dat mentale klachten vaak in de studententijd ontstaan en dat het de moeite waard is om er vroeg iets aan te doen. Een kind dat thuiskomt in de vakantie en alleen nog ’s middags opstaat, heeft misschien geen gebrek aan discipline maar een ritme dat helemaal is opgeschoven.
Blijven de slaapklachten langer bestaan, of gaan ze samen met somberheid of angst, dan is de huisarts of de studentenpsycholoog de juiste plek. Een programma als i-Sleep & BioClock is daar geen vervanging voor. Wie liever eerst zelf aan de slag gaat met een gestructureerd programma, vindt in ons stuk over een slaapcursus volgen wat zo’n cursus inhoudt.
Onze keuze
Ben je student en slaap je slecht, begin dan niet met een app of een supplement, maar met een vaste opstaantijd en een kwartier daglicht in de ochtend. Houd dat twee weken vol en schrijf ondertussen op hoe je slaapt. Dat is precies waar het Leidse programma mee begint, en het kost je niets.





